Jongerenparticipatie is geen crashdieet!

Door: Julia van Engelen en Marjolein Weidema

Tegenwoordig zie je burger- en jongerenparticipatie overal voorbij komen. Het zijn echte buzz-woorden geworden. Gemeenten worden verplicht om kinderen en jongeren te raadplegen bij de ontwikkeling van beleid, maar helaas komt duurzame en betekenisvolle jongerenparticipatie nog niet echt van de grond. Jongerenparticipatie is een cultuuromslag, waarbij het betrekken van jeugd een gewoonte moet zijn. Dus niet een sapjeskuur of crashdieet van een week, maar de gewoonte ontwikkelen om iets meer te bewegen en gezond te gaan eten. 

Betekenisvolle jongerenparticipatie zorgt ervoor dat negatieve verwachtingen over politiek en samenleving verminderen, wat de kans vergroot dat ze vaker mee gaan doen. Participatie heeft een zichzelf versterkend effect. Maar de leefwereld van beleidsmakers en jongeren ligt vaak ver uit elkaar. Er ligt een behoorlijke kloof tussen hen in. Vanaf beide kanten bestaan er vooroordelen over elkaar: de een zou zich niet kunnen verplaatsen in het perspectief van de ander. Beleidsmakers geven aan dat ze weinig gemotiveerde jongeren kunnen vinden en dat het proces van beleidsvorming te lang duurt om jongeren betrokken te houden. Met name kwetsbare jongeren denken dat politici niet luisteren naar hun mening en dat wat zij doen, toch niks verandert. Het bestaan van deze vooroordelen is jammer, omdat het betekenisvolle jongerenparticipatie in de weg staat. Juist het verschil in perspectief van jongeren en beleidsmakers levert zo ontzettend veel op! Namelijk beleid dat beter aansluit bij de behoeften van burgers en jongeren die empowered zijn, wat hun toekomstperspectieven verbeterd. Maar hoe zorgen we er dan voor dat de vooroordelen weggenomen worden en de kloof wordt overbrugd.

“Het is belangrijk om naar plekken te gaan waar kinderen en jongeren zich al van nature bevinden. School, bijbaantjes en het sociale leven maakt dat jongeren nog weinig tijd over hebben voor andere dingen.”

Er moet meer gebruik gemaakt worden van kennis en kunde in de wijk. De gemeente moet en wil jongeren betrekken, maar weet niet hoe ze dit moeten aanpakken. In de wijk en op school vinden vaak veel activiteiten plaats, waar jongeren participeren. Het is belangrijk om naar plekken te gaan waar kinderen en jongeren zich al van nature bevinden. School, bijbaantjes en het sociale leven maakt dat jongeren nog weinig tijd over hebben voor andere dingen. Daarnaast moeten beleidsmakers samenwerken met professionals die de taal van de jongeren spreken. Professionals die weten hoe ze jongeren kunnen motiveren en stimuleren om zo tot een goed eindresultaat te komen. Als laatste is het van belang om transparant te handelen: zeggen wat je doet, en doen wat je zegt. Vertel jongeren hoe het proces van beleidsvorming eruit ziet en dat dit proces soms lang kan duren, leg ze uit hoe het precies werkt binnen de gemeente. En vertel ook wat er met hun advies gedaan is of wordt zodat ze weten dat hun werk niet voor niets is geweest. Op deze manier accepteren jongeren beter dat ze niet altijd gelijk resultaat zien.

“Draagvlak creëren voor jongerenparticipatie in de gehele maatschappij is niet alleen de verantwoordelijkheid van (jeugd)beleidsmakers.”

Het kinderrecht op participatie (artikel 12) en de plicht van de overheid om hieraan te voldoen bieden hopelijk de stok achter de deur om elk kind te betrekken bij de vorming van beleid dat hen aangaat. Eigenlijk is het echter jammer dat het woord plicht hier gebruikt wordt. Dit suggereert dat het gaat om een ‘moetje’.  Hier komt de verandering in cultuur weer om de hoek kijken. Het gaat namelijk om draagvlak creëren voor jongerenparticipatie in de gehele maatschappij. Het is niet alleen de verantwoordelijkheid van (jeugd)beleidsmakers. Ook het sociale domein, infrastructuur en veiligheid hebben te maken met jongeren. Daarnaast moeten kinderen al op jonge leeftijd in aanraking komen met politiek en op welke manier zij invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving. Het gaat om een stukje democratisch burgerschap: bewustwording dat hun mening belangrijk is en dat er mensen naar luisteren niet omdat dit moet maar omdat het hoort. En zo komen we weer terug bij de regel dat betekenisvolle jongerenparticipatie een gewoonte moet worden, geen ‘moetje’ maar een cultuuromslag. Een crashdieet zorgt voor een kort effect, waarbij de gewoonte om wat meer te sporten en wat vaker gezonder te eten zorgt voor een leven lang verschil. Dit weten we al. Nu moet er alleen nog naar gehandeld worden.

Blog naar aanleiding van onze onderzoeken: ‘Politieke participatie van lager opgeleide jongeren.’ en ‘De attitudes, vaardigheden en behoeften van beleidsmakers ten opzichte van jongeren en jongerenparticipatie bij beleidsvorming.’

2018-03-15T16:27:46+00:00